Geluksmachine

Endorfines. Dopamine. Serotonine. Neurotransmitters waarvan de namen stilaan tot het huis-tuin-en-keukenvocabularium van de gemiddelde Vlaming zijn gaan behoren. Deze stoffen zouden verantwoordelijk zijn voor het geluksgevoel waar zoveel mensen naar op zoek zijn. Meer nog, mensen slikken pillen, vreten zich kapot, roken, drinken, vrijen, begaan allerlei stommiteiten alleen maar om zich goed te voelen, om – want daar komt het toch op neer – deze stofjes in hun hersenen te laten circuleren.

Geluk is nochtans heel gewoon. Meer nog, volgens mij is het zelfs het basisgevoel van de mens. De bovengenoemde neurotransmitters komen namelijk allemaal vrij tijdens zogenaamde aërobe lichaamsbeweging (waarbij de hartslag tussen de 70 en 80 procent van de maximumhartslag bedraagt). Lopen is de meest natuurlijke vorm van aërobe training, aangezien dit ook de “sport” was die de prehistorische mens moest beoefenen om aan eten te geraken (jacht etc.).

Ons brein is nog steeds dat van een jager – de 10.000 jaren waarin de mens sedentair geworden is zijn te kort om genetisch een indruk achter te laten. Het is evolutionair gezien logisch dat ons brein die activiteiten beloont die nodig zijn om de soort in stand te houden:  jagen, vrijen, bewegen etc. Jammer genoeg is de maatschappij sneller geëvolueerd dan ons brein en moeten we met stenentijdperkhersenen overleven in een wereld waar we nog zelden echt moeten bewegen om te overleven, waardoor we sowieso met onevenwichten in onze hersenen komen te zitten – met als gevolg een heel scala aan psychische stoornissen die dan weer met te dure medicijnen worden bestreden.

Bepaalde mensen zijn mentaal kwetsbaarder dan anderen. Hoe dat komt, is moeilijk vast te stellen. Eén aanpak die de bal volledig misslaat is de moralistische visie:  sommige mensen zouden “te weinig karakter” hebben, “gebrek aan ruggengraat” of “gewoon slecht” zijn. Zo werd ADHD tot diep in de twintigste eeuw als een moreel gebrek aanzien. In plaats van mensen te helpen, leidde die aanpak ertoe dat patiënten nog meer geïsoleerd raakten en naast hun mentale problemen nog eens met een schuldgevoel werden opgezadeld, iets wat tot nog meer stress en dus nog meer agressie leidde.

Wat mij opvalt bij mensen met ADHD – en bij mezelf – is dat ze altijd uitdagingen zoeken. Sommigen doen dat op fysiek vlak, ander op mentaal vlak en bij gebrek aan uitdagingen creëren ze er zelf wel: door conflicten, gepieker, fantasie etc. Het lijkt alsof ze meer nodig hebben dan anderen om gelukkig te zijn. Hun hele leven kan je als een zoektocht zien naar spanning die vaak ontaardt in een neerwaartse spiraal – je kan nu eenmaal geen leven blijven vullen met nieuwe ervaringen, piekmomenten etc.

Stel nu – puur hypothetisch – dat ADHD’ers een cardiovasculair systeem hebben dat uitstekend functioneert in een natuurlijke setting. Zij zijn de hardlopers, de jagers – zij die altijd net een stukje verder en sneller moeten lopen om endorfines en de hele santeboetiek te produceren. Hoe dat komt? Geen idee. Misschien hebben ze een hogere maximumhartslag – of stijgt hun hartslag niet zo snel als bij anderen, of… Op zich is dat geen probleem, meer nog het is zelfs een troef: zij krijgen de grootste mammoeten op hun bord. Hiep hiep ADHD dus. Helaas leven we nu in een maatschappij waarin lichaamsbeweging niet zo evident is, waar lopen etc. als ongelofelijk “saai” of “afstompend” wordt gezien (zeg mij wat), waar er een heleboel andere – minder vermoeiende – manieren bestaan om je “high” te krijgen. Dat heeft vooral gevolgen voor hen die de hele tijd ferm onder hun cardiovasculaire potentieel presteren omdat ze fysiek veel meer aankunnen, zij voor wie een wandelingetje naar het werk, een knuffel van vrouwlief etc. net niet voldoende is om de juiste neurotransmitters los te weken. Deze individuen zijn de eerste slachtoffers – de kanariepietjes – van een letterlijk ont-aarde manier van leven. Zij zullen namelijk alle energie die ze niet fysiek kwijt kunnen, mentaal gaan opbranden: zowel in positieve (creativiteit, ambitie…) als in negatieve (verslavingen, angsten, agressie…) hersenactiviteiten.

Sport is net voor deze groep van levensbelang – niet voor hun fysieke, maar vooral voor hun mentale welbevinden. Niet zomaar sport, maar lichaamsbeweging die extra intensief is en ook wat vaker dan bij andere stervelingen (zo’n 20-30 minuten per dag aan zo’n 80% van mijn maximumhartslag doet de job voor mij). Dat is voldoende om mijn oermensbrein gelukkig te maken. Lopen is namelijk niets anders dan de symbolische enscenering van een succesvolle jacht. Vandaar het gevoel van welbevinden, de mentale rust etc. na een partijtje lopen.

De Amerikaanse psychiater John Ratey (de man heeft zelf ADHD) heeft een heel boek over de link tussen lichaamsbeweging en mentaal welbevinden volgeschreven. Ik kan het alleen maar ten stelligste aanbevelen: http://johnratey.com/newsite/index.html Het doet wel wat te Amerikaans aan, maar hé de bedoeling is goed!

Rousseau had dus toch gelijk: Tout est bien sortant des mains de l’Auteur des choses ; tout dégénère entre les mains de l’homme.” (we laten in het midden wie of wat die “Auteur” is). Wie zijn ware jagersinstinct volgt – al is het onder een minder bloeddorstige vorm, zet een mooie stap in de richting van tevredenheid.

wordpress visitor counter

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een reactie op Geluksmachine

  1. Vraag eens wat er in iemand hoofd zoch afspeelt, of laat een tekening maken. Heel interessant!

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s