
Iemand een pleistertje?
Mijn psychiater – want die heb ik wel degelijk, zoals elke zichzelf respecterende hypochonder – tekende drie in elkaar genestelde cirkeltjes. Het deed me denken aan de lessen verzamelingenleer bij meester Dirk. In één cirkel schreef ze “ADHD”, in de tweede “depressie” en in de derde een vraagteken. “Dit ben jij,” zei ze. Ze wees naar het midden waar de drie cirkels elkaar overlapten (in verzamelingenleertaal: A “omgekeerde U” B “omgekeerde U” C) Ik knikte – hoewel ik me zelf wat sexier zou hebben getekend, maar soit.
“Dit vraagteken,” ging ze verder – ik had haar toen al zo’n twintig keren willen onderbreken – “dat is je voorgeschiedenis.” Ik knikte nogmaals – een mens wil nu eenmaal intelligent overkomen. “Die is cruciaal.” Ik knikte – dit keer omdat ik het met haar eens was. En wel om het volgende…
Ik en mijn zus bevinden ons op de samenvloeiing van twee genetische “defecten”. De familie van mijn moeder heeft een voorgeschiedenis van zware depressies, nog zwaardere schuldgevoelens en algemene melancholie (gecombineerd met alcoholistische en suïcidale neigingen). De familie van mijn vader is letterlijk doordrenkt van ADHD. Als je die twee dingen optelt, dan krijg je iemand als ik.
Helaas is dat nog niet alles. Mijn oudste broer is zwaar mentaal gehandicapt (met daarbovenop een autistische stoornis). Als je weet dat mijn broer en ik vanaf mijn eerste levensjaren op dezelfde kamer sliepen – dat ik quite frankly enorm bang was van mijn broer (hij had jarenlang zware woedebuien) en ik me soms zelfs inbeeldde hoe hij op een nacht met een mes of staafmixer aan mijn bed zou staan en me met een demonisch gelach naar het hiernamaals zou mixen, dan krijgt u een idee van mijn persoonlijkheid. Dan beseft u ook dat de meeste probleempjes waarmee mensen hun dagen vullen ( zoals daar zijn: de kleur van behangpapier, de algemene toestand van het gazon) me eigenlijk weinig doen. Dat ik ze meestal zelfs banaal vind.
Het is een mirakel dat ik pas op mijn eenendertigste naar een therapeut ben gestapt (nu ja, “gestapt” – ik ben er min of meer naar toe “gevlogen”, waarvoor nog steeds dank, want ik was een wandelende tijdbom). Mijn psychiater schetste het als volgt: “Je ADHD is al die jaren onontdekt gebleven, meer nog, je hebt die zo goed gecompenseerd louter en alleen omdat je de luxe niet had om die te uiten. Je hebt je hele jeugd op kousenvoeten gelopen om vooral niemand meer problemen te geven dan ze al hadden. Je depressieve moeder die een gehandicapt kind moest grootbrengen, je opvliegende vader etc. Je hebt voor iedereen gezorgd, behalve voor jezelf.”
Bovendien waren er weinig uitlaatkleppen. Ik mocht niet naar de jeugdbeweging, moest altijd op tijd thuis zijn (moeder had anders paniekaanval) etc. Wat er toen gebeurd is, kan ik alleen maar omschrijven als: het deksel erop. Al mijn hyperactiviteit heb ik naar binnen gekeerd. De woedebuien uit mijn kindertijd zijn niet verdwenen, maar heb ik gewoon op mezelf gericht – omdat ik dacht dat ze daar minder kwaad deden. Fout dus. Het is alsof je een kurk op een vulkaan zet.
Het erge is dat je dat als kind normaal vindt. Dat je denkt dat iedereen zich zo voelt. Dat elk gezin diezelfde problemen heeft. Het is tenslotte je enige referentie. Zo heb ik jarenlang aan mezelf gewerkt. Met post-it’jes op mijn boeken gekleefd, tientallen schriftjes met lijstjes gevuld, de alarmtoontjes op mijn gsm, schommelend op harde punkmuziek als niemand keek. Zo leefde ik mijn verborgen ADHD-leven. En intussen mij maar schuldig voelen, mezelf “raar” vinden, mezelf ervan langs geven omdat ik vond dat ik altijd op de één of andere manier tekortschoot. En niemand – zelfs mijn vrouw niet – niemand die iets merkte. Tot ik op een dag ben geflipt. Zo gaat dat nu eenmaal in onze maatschappij. Als je niemand schade berokkent en je braafjes gedraagt zoals van je wordt verwacht, dan is er niemand die er ook maar een flikker om geeft, hoe je je voelt. Niemand die vraagt: “Hoe gaat het nu echt met jou?” Dat lag natuurlijk ook wel aan het feit dat ik enorm goed heb leren acteren door de jaren heen. Het was zelfs zo erg dat als mensen me vroegen: “Wat is je lievelingskleur?”, dat ik dan probeerde te raden wat hun lievelingskleur was. Fout dus.
Toen ik er ben onderdoor gegaan, dan heb ik dat in stijl gedaan. De details zal ik u besparen. Toen dat gebeurde, toen gaf ik mezelf – nog maar eens – de schuld. Toen heb ik aan mezelf laten werken, eerst omdat ik me verplicht voelde, niet omdat ik het wou, want als er één gevoel is dat ik van thuis heb meegekregen (het enige?) dan is het wel schuldgevoel. Pas recent begrijp ik nu dat ik echt wordt geholpen. Dat ik dit niet voor anderen doe, maar voor mezelf. En ja, ik kom erbovenop. Luctor et emergo, dat zeggen de Nederlanders toch. “Ik worstel en kom boven.” Wel, ik ben bezig. Ik laat wel weten als ik boven ben
Tot slot twee bemerkingen.
1) de mensen die beweren dat ADHD een “modeverschijnsel” is, dat “wat extra discipline” de klus wel klaart, wel die mensen zou ik graag mijn middelvinger willen laten zien (ik heb ADHD voor iets hé). Ten eerste omdat ze niet weten waarover ze praten en dus beter zouden zwijgen en ten tweede omdat die “extra discipline” me bijna de kans op een volwaardig bestaan had ontzegd. Een kind dwingen om te zijn wie het niet is, staat voor mij gelijk aan karaktermoord. Bij mij begint die moord pas na dertig jaar opgelost te raken. Ten derde is het een feit dat (bij volwassenen althans) ADHD nog steeds decennia onopgemerkt kan gaan en vaak te weinig wordt gediagnosticeerd. Ik heb mensen van 70 huilend horen vertellen hoe ze eindelijk – na de diagnose – hun leven in handen hebben kunnen nemen en echt hebben leren leven.
2) Ik geef toe dat het aantal ADHD-diagnoses bij kinderen (te) hoog ligt. Als ik op internetfora lees dat mensen hun kind Concerta of Rilatine laten slikken “omdat ze leerkrachten tegenspreken”, “hun huiswerk slordig maken” of zich “antisociaal gedragen” dan gaat mijn haar rechtstaan. De beslissing om ADHD-medicatie te geven of niet moet in het belang van het kind worden genomen en niet in het belang van god weet wie. Kan het kind een volwaardig (en wat is dat “volwaardig”?, is dat met resultaten boven de 80 procent zo?) leven leiden, een GELUKKIG leven leiden zonder medicatie of niet? In hoeverre kan de omgeving van het kind zich aanpassen aan die ADHD? Ik weet het: het zijn moeilijke vraagstukken. Blij dat ik ze niet allemaal zelf moet oplossen! Hoewel ik dat wel zou willen – maar dat is dan weer een ander van mijn problemen, volgens mijn psychiater.