Tagarchief: angst

Zwarte beest (3)

Soms is het er nog. Het zwarte beest der depressie dat nu en dan in mijn leven opduikt. Daar is niet zo heel veel voor nodig. Een te korte nacht, spanningen op het werk, een trieste film, zelfs “Relax, take it easy” van Mika kan me soms de put in jagen (kun je nagaan)… Allemaal redenen om me down te voelen. Maar het beest is zijn klauwen kwijt, lijkt het soms. Zijn vacht is zelfs wat aan het vergrijzen.

Hoe dat komt, weet ik zelf nog niet helemaal. De omstandigheden zijn anders, dat klopt, maar ik voel dat vooral een andere manier van denken zijn intrede heeft gedaan. Veel depressies zijn gebaseerd op een denkfout. Die van mij had te maken met perfectionisme. Als je alles goed wil doen en alles perfect wil hebben,  loop je gegarandeerd ooit tegen de muur. Leven is nu eenmaal een proces van verliezen  en achterlaten.

Als je alles wil vasthouden, blijft er niet veel ruimte voor nieuwe dingen over. Leren leven met de imperfectie, is misschien wel de basis van echte levenskunst. Ik had nogal vaak de neiging om mezelf en mijn medemensen van de zweep te geven voor allerlei echte – en ingebeelde – tekortkomingen.  “Morele sterkte” noemen mensen dat dan, maar daar loopt het fout. Mijn “morele kant” was gebaseerd op angst. Angst voor de imperfectie. Ergens liep ik rond met het idee dat als ik niet constant “goed” deed, dat ik dan geen recht op leven had, dat ik dan een moreel monster was. Fout dus. De wereld loopt vol met imperfecte mensen die perfect (…) gelukkig zijn.

Nog een andere denkfout: “iets is zwart of wit”. Categorisch denken over jezelf is moeilijk vol te houden. Het leven is te ingewikkeld, te chaotisch, te levendig om het op te sluiten in de droge, totalitaristische categorieën van o.a. religie en bepaalde filosofieën. Leven is een daad die zichzelf steeds herdenkt. Net zoals wijzelf dat zijn. De mens heeft geen essentie, is niet “dit” of “dat” maar is niet meer dan de som van zijn daden, zijn existentie. (maar dat hebben anderen al voor mij gezegd – en beter)

Voor mij is deze simpele gedachte echt wel cruciaal. Ik schrijf graag verhalen, maar verwar die soms met het leven zelf. In verhalen krijgen personages een vast karakter, een psychologie etc. We vergeten vaak dat die psychologie niet meer dan een constructie is, een beeld dat een heel stuk wankeler is dan we zelf durven toegeven, een manier om de chaos te structureren – zij het op een foutieve manier. Die constructie (of innerlijk verhaal dat iedereen over zichzelf schrijft) verwerpen, heeft één groot voordeel: mensen hoeven niet vast te roesten in zichzelf. Ze kunnen zichzelf constant herdenken (ik zet hier geen koppelteken – want dat haat ik).

In die zin is elke existentiële filosofie een hoopvolle filosofie die zich radicaal keert tegen elk essentialistisch categoriseren. De wereld is inderdaad een chaos. Je kan dat als een bedreiging of als een eeuwige kans zien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Angst

Grappig. Nu ja, het hangt ervan af wat je grappig vindt. De naampjes waarmee een mens zijn eigen gevoelens tracht te verklaren. ADHD, ADD, Asperger, depressie, narcisme, Borderline… Het zijn maar enkele labels waarmee ik me de voorbije maanden heb bedacht.  Terwijl die zoektocht naar labeltjes misschien wel het grootste probleem is. Het gepieker in mijn hoofd – zie het als een soort eeuwige regieassistent die met een megafoon in mijn kop staat te schreeuwen. “En … hoe voelt ge u nu eigenlijk?! En waarom?! En zijt ge wel zo gelukkig als ge kunt zijn? En waarom doet ge dit of dat?”

Ik heb dat stemmetje in mijn hoofd zelfs een naam gegeven: Guido (help! ik zal toch niet schizofreen zijn, zeker?!). Ik stel me hem voor als een klein, dik mannetje (ik weet het: stereotypering op basis van uiterlijk is not done, maar hé het is mijn hoofd!) met konijnentanden en uitpuilende hamsterwangetjes. Hij houdt een megafoon vast waarmee hij zijn bedenkingen door mijn schedelpan doet galmen. Soms lukt het me om Guido buiten te gooien (meestal is dat na een potje lopen, comedy of een heel goed boek) en dat zijn de momenten waar ik oprecht van houd.

Dat piekeren is trouwens het gevolg van een andere, nog diepgaandere angst: de angst voor de leegte, het horror vacui (angst 1). Piekeren is misschien erg, maar het is toch nog altijd beter dan niets denken, denk ik dan (no pun intended). Ik ben zelfs bang dat als ik stop met piekeren, dat ik dan minder “diep” ga zijn (angst 2). Het gaat zelfs zo ver dat ik mensen die niet piekeren per definitie “dom” vind. Ik haal er dus ook wat winst uit, uit dat piekeren.

Ik vind het ook altijd grappig om te zien waarover mensen allemaal piekeren. “Zalig zijn zij die kunnen piekeren over de kleur van hun behangpapier,” denk ik dan. “Of over hun uurrooster, hun gazon of nakende barbecue.” Zij weten tenminste waarover ze piekeren – allemaal dingen waaraan iets kan worden gedaan -, ik weet de helft van de tijd niet eens waarover ik nu eigenlijk pieker – tenzij een soort vage Angst, waar ik bijzonder weinig aan kan doen.

Bij gebrek aan reële zorgen, gaan mensen piekeren over dingen waar ze uiteindelijk zelf weinig kunnen aan doen: het gat in de ozonlaag, de Zin van het Leven… Uit een soort intellectuele verveling zelfs. In een wereld waar je elk moment kan worden opgepeuzeld door de verzamelde collectie uit Walking with dinosaurs, lijkt het me nogal logisch dat de filosofie en de psychiatrie op een laag pitje draaien. Misschien ligt daarin wel de oorzaak voor het toenemende aantal depressies in onze maatschappij: bij gebrek aan echte uitdagingen en echte zorgen gaat de menselijke geest – zeg maar bij gebrek aan beter – zelf zijn uitdagingen creëren.  

Depressie is een maatschappelijk fenomeen. Onze maatschappij is geobsedeerd door geluk. De gedachte dat we niet zo gelukkig zijn als we wel zouden kunnen zijn is volgens mij verantwoordelijk voor de meeste vormen van ongeluk. Onder die obsessie met geluk gaat een basale angst schuil: de angst voor de imperfectie (angst 3). Niet dat imperfectie op zich mensen ongelukkig maakt – anders was iedereen ongelukkig – maar de gedachte dat het beter zou kunnen, dat we niet de mens zijn “that we were meant to be” maakt veel mensen diep ongelukkig. Wat natuurlijk zeer ironisch is: de plicht om gelukkig te worden maakt ons net ongelukkig.

Nog een foute gedachte: “the only thing to fear is fear itself” heb ik ooit op mijn bovenarm geschreven. Tijdens mijn hele jeugd heb ik gezien hoe mijn moeder angsten had: ze was bang voor letterlijk alles. Dat ons – haar kinderen – iets zou overkomen, dat God alles zag en haar zou straffen als ze iets fout deed etc. Op een dag – ik was 10 – besefte ik dat ik niet zoals haar wou worden en vanaf dat ogenblik besloot ik sterk te zijn, niet beseffend dat ik daarmee een nieuwe angst aan mijn lijstje toevoegde: de angst om bang te zijn is namelijk ook een angst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Vulkaan

Heeft er iemand een plakkertje?

Iemand een pleistertje?

Mijn psychiater – want die heb ik wel degelijk, zoals elke zichzelf respecterende hypochonder – tekende drie in elkaar genestelde cirkeltjes. Het deed me denken aan de lessen verzamelingenleer bij meester Dirk. In één cirkel schreef ze “ADHD”, in de tweede “depressie” en in de derde een vraagteken. “Dit ben jij,” zei ze.  Ze wees naar het midden waar de drie cirkels elkaar overlapten (in verzamelingenleertaal: A “omgekeerde U” B “omgekeerde U” C) Ik knikte – hoewel ik me zelf wat sexier zou hebben getekend, maar soit.

“Dit vraagteken,” ging ze verder – ik had haar toen al zo’n twintig keren willen onderbreken – “dat is je voorgeschiedenis.” Ik knikte nogmaals – een mens wil nu eenmaal intelligent overkomen. “Die is cruciaal.” Ik knikte – dit keer omdat ik het met haar eens was. En wel om het volgende…

Ik en mijn zus bevinden ons op de samenvloeiing van twee genetische “defecten”. De familie van mijn moeder heeft een voorgeschiedenis van zware depressies, nog zwaardere schuldgevoelens en algemene melancholie (gecombineerd met alcoholistische en suïcidale neigingen). De familie van mijn vader is letterlijk doordrenkt van ADHD. Als je die twee dingen optelt, dan krijg je iemand als ik.

Helaas is dat nog niet alles. Mijn oudste broer is zwaar mentaal gehandicapt (met daarbovenop een autistische stoornis). Als je weet dat mijn broer en ik vanaf mijn eerste levensjaren op dezelfde kamer sliepen – dat ik quite frankly enorm bang was van mijn broer (hij had jarenlang zware woedebuien) en ik me soms zelfs inbeeldde hoe hij op een nacht met een mes of staafmixer aan mijn bed zou staan en me met een demonisch gelach naar het hiernamaals zou mixen, dan krijgt u een idee van mijn persoonlijkheid. Dan beseft u ook dat de meeste probleempjes waarmee mensen hun dagen vullen ( zoals daar zijn: de kleur van behangpapier, de algemene toestand van het gazon) me eigenlijk weinig doen. Dat ik ze meestal zelfs banaal vind.

Het is een mirakel dat ik pas op mijn eenendertigste naar een therapeut ben gestapt (nu ja, “gestapt” – ik ben er min of meer naar toe “gevlogen”, waarvoor nog steeds dank, want ik was een wandelende tijdbom). Mijn psychiater schetste het als volgt: “Je ADHD is al die jaren onontdekt gebleven, meer nog, je hebt die zo goed gecompenseerd louter en alleen omdat je de luxe niet had om die te uiten. Je hebt je hele jeugd op kousenvoeten gelopen om vooral niemand meer problemen te geven dan ze al hadden. Je depressieve moeder die een gehandicapt kind moest grootbrengen, je opvliegende vader etc. Je hebt voor iedereen gezorgd, behalve voor jezelf.”

Bovendien waren er weinig uitlaatkleppen. Ik mocht niet naar de jeugdbeweging, moest altijd op tijd thuis zijn (moeder had anders paniekaanval) etc. Wat er toen gebeurd is, kan ik alleen maar omschrijven als: het deksel erop. Al mijn hyperactiviteit heb ik naar binnen gekeerd. De woedebuien uit mijn kindertijd zijn niet verdwenen, maar heb ik gewoon op mezelf gericht – omdat ik dacht dat ze daar minder kwaad deden.  Fout dus. Het is alsof je een kurk op een vulkaan zet.

Het erge is dat je dat als kind normaal vindt. Dat je denkt dat iedereen zich zo voelt. Dat elk gezin diezelfde problemen heeft. Het is tenslotte je enige referentie. Zo heb ik jarenlang aan mezelf gewerkt. Met post-it’jes op mijn boeken gekleefd, tientallen schriftjes met lijstjes gevuld, de alarmtoontjes op mijn gsm, schommelend op harde punkmuziek als niemand keek. Zo leefde ik mijn verborgen ADHD-leven. En intussen mij maar schuldig voelen, mezelf “raar” vinden, mezelf ervan langs geven omdat ik vond dat ik altijd op de één of andere manier tekortschoot. En niemand – zelfs mijn vrouw niet – niemand die iets merkte. Tot ik op een dag ben geflipt. Zo gaat dat nu eenmaal in onze maatschappij. Als je niemand schade berokkent en je braafjes gedraagt zoals van je wordt verwacht, dan is er niemand die er ook maar een flikker om geeft, hoe je je voelt. Niemand die vraagt: “Hoe gaat het nu echt met jou?” Dat lag natuurlijk ook wel aan het feit dat ik enorm goed heb leren acteren door de jaren heen. Het was zelfs zo erg dat als mensen me vroegen: “Wat is je lievelingskleur?”, dat ik dan probeerde te raden wat hun lievelingskleur was. Fout dus.

Toen ik er ben onderdoor gegaan, dan heb ik dat in stijl gedaan. De details zal ik u besparen. Toen dat gebeurde, toen gaf ik mezelf – nog maar eens – de schuld. Toen heb ik aan mezelf laten werken, eerst omdat ik me verplicht voelde, niet omdat ik het wou, want als er één gevoel is dat ik van thuis heb meegekregen (het enige?) dan is het wel schuldgevoel. Pas recent begrijp ik nu dat ik echt wordt geholpen. Dat ik dit niet voor anderen doe, maar voor mezelf. En ja, ik kom erbovenop. Luctor et emergo, dat zeggen de Nederlanders toch. “Ik worstel en kom boven.” Wel, ik ben bezig. Ik laat wel weten als ik boven ben

Tot slot twee bemerkingen.

1) de mensen die beweren dat ADHD een “modeverschijnsel” is, dat “wat extra discipline” de klus wel klaart, wel die mensen zou ik graag mijn middelvinger willen laten zien (ik heb ADHD voor iets hé). Ten eerste omdat ze niet weten waarover ze praten en dus beter zouden zwijgen en ten tweede omdat die “extra discipline” me bijna de kans op een volwaardig bestaan had ontzegd. Een kind dwingen om te zijn wie het niet is, staat voor mij gelijk aan karaktermoord. Bij mij begint die moord pas na dertig jaar opgelost te raken. Ten derde is het een feit dat (bij volwassenen althans) ADHD nog steeds decennia onopgemerkt kan gaan en vaak te weinig wordt gediagnosticeerd. Ik heb mensen van 70 huilend horen vertellen hoe ze eindelijk – na de diagnose – hun leven in handen hebben kunnen nemen en echt hebben leren leven.

2) Ik geef toe dat het aantal ADHD-diagnoses bij kinderen (te) hoog ligt. Als ik op internetfora lees dat mensen hun kind Concerta of Rilatine laten slikken “omdat ze leerkrachten tegenspreken”, “hun huiswerk slordig maken” of zich “antisociaal gedragen” dan gaat mijn haar rechtstaan. De beslissing om ADHD-medicatie te geven of niet moet in het belang van het kind worden genomen en niet in het belang van god weet wie. Kan het kind een volwaardig (en wat is dat “volwaardig”?, is dat met resultaten boven de 80 procent zo?) leven leiden, een GELUKKIG leven leiden zonder medicatie of niet? In hoeverre kan de omgeving van het kind zich aanpassen aan die ADHD? Ik weet het: het zijn moeilijke vraagstukken. Blij dat ik ze niet allemaal zelf moet oplossen!  Hoewel ik dat wel zou willen – maar dat is dan weer een ander van mijn problemen, volgens mijn psychiater.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Zwarte beest (2)

Vandaag is hij er weer. Het zwarte beest, ook wel “depressie” genaamd. Het gevoel dat alles, elke actie, elk woord uiteindelijk futiel is. Vreemd. Gisteravond voelde ik me bijzonder goed in mijn vel. A. en ik zaten in de tuin, terwijl ons zoontje “iets” met water deed. Het zicht van dat ventje – hij is nog geen twee – met zijn gezicht vol vreugde en verwachting, het doet me iets. Ik weet wel niet wat. De gedachte dat ik ook ooit zo geweest moet zijn, zo onschuldig en hoopvol, het doet me wenen en me afvragen wat er allemaal gebeurd is, zo tijdens die dertig jaar dat ik op deze planeet rondloop.

Rousseau schreef ooit “Tout est bien sortant des mains de l’Auteur des choses, tout dégénère entre les mains de l’homme.”. Die Auteur-met-hoofdletter zijn we uiteindelijk kwijtgespeeld; maar het citaat blijft wel geldig. Als het klopt betekent dat dat opvoeden vooral “afblijven van” is, dat we moeten afblijven van die kinderlijke vreugde, die drang tot ontdekken die elk kind heeft. Dus ik laat mijn zoontje spelen in zijn wereld die ongetwijfeld nog groot en mooi en goed is en ik observeer. Ik waak over hem en wacht. Tot de zwarte beesten komen. Dan zal ik er zijn. Grr.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

De Omega-3-connectie

Mensen mensen mensen… Zoveel te vertellen en zo weinig tijd hé… Weet gewoon dat ik deze week weer alle hoeken van het moodswingspectrum heb gezien. Om kort te gaan: ik ben gestopt met mijn Rilatine. Zomaar. Stop. Daar zijn enkele zeer goede redenen voor: 1) ik werd er misschien mentaal kalmer van, maar mijn hart racete telkens weer 2) de gevreesde “rebound” na elk pilletje en de bijhorende mood swings was ik ook al snel beu 3) ik merkte een zekere – zij het mentale – afhankelijkheid. Voor mezelf voldoende motieven om te stoppen. OK, dit is typisch gedrag dat je van een ADHD’er kan verwachten natuurlijk: heel kort wild lopen van iets en er dan weer gewoon ermee kappen. Mooi mooi mooi, ben ik weer mooi in die ADHD-val gelopen.

MAAR…

Als alternatief voor mijn chemopret heb ik iets veel duurzamer ontdekt… Omega-3. Ik hoor het u al denken “Niet weer hé. Na de Omega-3-margarine, de Omega-3-melk en whatever nu ook de Omega-3-ADHD’er of wat?”

En toch… Het gebeurde eigenlijk allemaal heel toevallig. Ik was mijn medicatie bij mijn ouders thuis vergeten en dus zat ik tegen enkele Rilatine-loze dagen aan te kijken. Niet echt een positief vooruitzicht, want de voorbije weken had ik mijn pilletjes echt wel leren appreciëren. Ik had ze ook wel nodig, vond ik, want ik begon langzamerhand te vermoeden dat Asperger ook wel eens tot de mogelijkheden zou kunnen behoren (mijn broer heeft primair autisme en blijkbaar hebben autisme, ADHD en Asperger de ongezonde neiging om in bepaalde stambomen samen te klitten). Weinig redenen tot vieren dus.

Tot mijn overgrote verbazing bleven de onrust en het bijhorende gepieker etc. uit. Meer nog, ik was rustiger dan ik me ooit kon herinneren. Ik voelde een soort “flow”, een warm gevoel dat misschien niet de manische sensatie was die ik tot voor kort als “geluk” definieerde, maar iets – hoe zal ik het noemen – “dieper”.

Nu moet u weten dat ik al enkele weken Omega-3-capsules slik. Niet de supermarktvariant, met twijfelachtige kwaliteiten, maar het straffere spul met hoge EPA-waarden. Ik moet toegeven dat die Omega-3 niet echt mijn idee was, maar iets van mijn zus – zij is meer op de hoogte van die dingen. Echt enthousiast was ik niet, maar onder het motto “Baat het niet dan schaadt het niet” zijn al veel dommere dingen gedaan. En – wat er ook van mocht komen – ik zou er alvast een gladder velletje van krijgen. Dus ikke aan de Omega-3.
Wie mij een beetje beter kent, weet dat ik een sceptische mens ben. Meer nog: als te veel mensen me iets aanraden, word ik pas echt achterdochtig. “Iets dat echt goed is, heeft niet zo veel reclame nodig,” denk ik dan. Die hele Omega-3-hype liet me dan ook siberisch koud. Nu kan ik echter wel één en één samentellen. Ik voelde me duidelijk stukken beter hoewel ik met mijn medicatie was gestopt en mijn persoonlijke situatie echt niet verbeterd is. Wat opzoekwerk op het net (op sites die NIET gesponsord werden door de producenten van Omega-3-supplementen) en in de bib leverde me verbluffende resultaten op. Ik las hoe Omega-3-supplementen agressie bij kinderen kunnen verminderen, je geheugen kunnen verbeteren, de symptomen van Asperger en ADHD kunnen verlichten, depressies kunnen tegengaan etc. Allez, het spul kan blijkbaar alles behalve de oorlog in Irak oplossen, zo lijkt het wel.

Als je even nadenkt, is het wel logisch. Vetzuren zoals Omega-3 vormen een belangrijk onderdeel van onze hersenen. Meer nog, ze zijn essentieel in het opbouwen van de celmembranen in de hersenen. Omega-3 levert een stuk flexibeler bouwmateriaal dan het concurrerende Omega-6 dat in veel meer (industrieel geproduceerde) voedingsmiddelen zit. Omega-3 zit vooral in vette vis (en dan nog zijn er belangrijke onderlinge verschillen), koolzaadolie, vlasolie en in vlees van dieren die gras hebben gegeten (en die worden – raar maar waar – steeds zeldzamer). Dit zijn allemaal voedingsmiddelen die extreem zeldzaam zijn in ons huidige dieet (in tegenstelling tot landen als Japan).

Het zou misschien te vergezocht zijn om een link te leggen tussen onze veranderende eetgewoontes , waarbij Omega-6 steeds prominenter aanwezig is en dit ten koste van Omega-3, en de opkomst van “moderne” beschavingsziektes als depressies, ADHD, autisme etc. Toch zijn er steeds meer wetenschappers die net dat verband durven leggen en hier ook onderzoek naar voeren.

Ik wil hier niet het zoveelste pleidooi houden voor ongecontroleerd Omega-3-gebruik (hoewel de drang er wel is hoor), zeker niet als je je sowieso goed in je vel voelt, dan zou een “gewone” gezonde voeding met voldoende variatie moeten volstaan. Voor bepaalde kwetsbaardere groepen – denk maar aan mensen met ADHD etc. – kan een supplement wel nodig zijn en misschien zelfs een deel van de medicatie vervangen. Eén kanttekening: Omega-3 vraagt tijd, het is geen wondermiddel dat onmiddellijk werkt, je moet het enkele weken na elkaar nemen voor het effect duidelijk wordt, maar als het eenmaal werkt is het wel duurzamer.

Wat me ook opviel tijdens mijn opzoekwerk: Omega-3 (en dan vooral de soort waarbij de EPA/DHA-verhouding hoger dan 3/2 is) is al vaak onderzocht en de meeste onderzoeken hebben echt wel positieve tot superresultaten opgeleverd en toch is er al bij al weinig aandacht voor het product, hoewel het een goedkoop en natuurlijk alternatief voor vele dure medicijnen zou kunnen vormen. En net daar wringt het schoentje natuurlijk. Omega-3 is een natuurproduct en is dus niet patenteerbaar. Farmaceutische bedrijven hebben er dus weinig bij te winnen als ze Omega-3 onderzoeken of promoten aangezien ze daarmee ook de concurrentie helpen natuurlijk. Omega-3 moet het dus vooral hebben van mond-op-mond-reclame. Of van fabrikanten die totaal inefficiënte Omega-3-doseringen aan hun producten toevoegen als verkoopsargument.

Oh, the humanity.

P.S. Voor meer info verwijs ik je graag naar het WereldWijde Web. De zoekopdracht “omega-3” en “ADHD” levert genoeg leesvoer op om ettelijke winteravonden mee door te komen. Doen!

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized