Romantiek… Wie droomt er niet van? Grote Liefde met hoofdletters in het vet en onderstreept. En toch… De ware romanticus is een getormenteerde ziel. Als student was ik al gefascineerd door de grote romantische dichters Shelley, Coleridge en Byron. De levens van deze drie dichters staan bol van ongelukkige liefdes, verterende verlangens en ander onheil. Hoewel hun biografieën als stationsromannetjes lezen, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat deze heren diep van binnen zwaar ongelukkig moeten zijn geweest. Neem nu een Byron. De mens werd amper 36 jaar, had een turbulent liefdesleven, werkte zich in financiële nesten en had regelmatig last van zware depressies en woedeaanvallen en stierf tijdens een catastrofale – slecht voorbereide – expeditie tijdens de Griekse bevrijdingsoorlog. Het resultaat van al dit menselijk leed? Enkele gedichten die nu nog nauwelijks gelezen worden.
Klinkt bekend? Inderdaad zou ik zeggen. Mocht Byron nu hebben geleefd, hij zou vast en zeker het etiket ADHD hebben opgekleefd gekregen. Hij is trouwens niet de enige. Nagenoeg alle bekende figuren uit de Romantiek hebben trekken die hen in het ADHD-hoekje situeren. Denken we maar aan Heathcliff uit Wuthering Heights of kapitein Ahab uit Moby Dick. Allemaal “moeilijke mensen” die vaak handelen voor ze denken.
De historische Romantiek staat los van wat het woord “romantiek” in de dagelijkse omgangstaal is komen te betekenen. Dat heb ik toch altijd op school geleerd. In de Romantiek staat de fundamentele onvrede met de realiteit centraal. De romantische dichter zal vanuit die onvrede vluchtwegen zoeken naar andere, betere oorden. Hij zoekt die in alcohol, drugs, fantasie en de natuur. Ook dat lijkt me redelijk ADHD. Het onvermogen van de ADHD’er om tevreden te zijn met het “hier en nu”, om altijd met andere dingen bezig te zijn, te dagdromen, te piekeren, conflicten te creëren … Het zijn evenzovele manieren om weg te vluchten uit de realiteit, die als “grijs” wordt gezien.
Als we de Flair-invulling van het begrip “romantiek” (zonder hoofdletter) wat dichterbij gaan bekijken (u weet wel de variant met “een tafeltje in een sfeervol restaurant met klassieke muziek op de achtergrond en kaarsjes a volonté), dan is ook die niet zo positief als we wel zouden denken. Wat de Flair romantisch vindt, is zeldzaam. Meer nog: het moet zeldzaam zijn, als dat niet zo zou zijn, zou de fun er ook wel vanaf zijn. Elke avond een romantisch dineetje zou een mens al snel de strot uitkomen. Ik zou het zelf nog verder willen trekken: het meest romantische etentje is het etentje dat nooit plaats vindt. Dat is namelijk de grondgedachte van de romantiek: het genot dat het verlangen oplevert is ontelbare keren groter dan de feitelijke vervulling van datzelfde verlangen.
Als er één liefdesverhaal is dat alle harten beroert is het wel Romeo en Juliet, een feit dat redelijk morbide is, aangezien beide geliefden op het einde allebei het loodje leggen. Opnieuw krijgen we de boodschap mee: romantische liefde is liefde die nooit plaatsvindt. Stel je eens voor dat Romeo en Juliet effectief trouwen, kindjes krijgen en als pronte vijftigers een meubelzaak gaan uitbaten? Zouden ze dan ook zo beroemd geworden zijn? Ik denk het niet.
De ideale romantische liefde is dus m.a.w. de onmogelijke liefde. Een liefde die vele obstakels tegenkomt, een liefde die alles bij elkaar meer miserie dan genot met zich meebrengt, die op het ogenblik zelf helemaal niet fijn is, maar waar men achteraf – onder het genot van een glaasje bordeaux en wat haardvuur – met een glimlach aan terugdenkt. Romantische liefde is dus zeker niet zo vrouwelijk als men vaak denkt. Het is zelfs de ultieme mannelijke ADHD-invulling van het begrip “liefde”: het soort waarbij de jacht duizenden keren interessanter is dan de vangst. Het soort dat extreem vermoeiend is (om van de energieverspilling nog maar te zwijgen!), levens kapot maakt en nooit maar dan ook nooit de leegte binnenin kan vullen. Het soort dat mensen met andere woorden in beweging houdt. En zoals u weet: waar wat beweegt, is er nog steeds leven.