Mensen mensen mensen… Zoveel te vertellen en zo weinig tijd hé… Weet gewoon dat ik deze week weer alle hoeken van het moodswingspectrum heb gezien. Om kort te gaan: ik ben gestopt met mijn Rilatine. Zomaar. Stop. Daar zijn enkele zeer goede redenen voor: 1) ik werd er misschien mentaal kalmer van, maar mijn hart racete telkens weer 2) de gevreesde “rebound” na elk pilletje en de bijhorende mood swings was ik ook al snel beu 3) ik merkte een zekere – zij het mentale – afhankelijkheid. Voor mezelf voldoende motieven om te stoppen. OK, dit is typisch gedrag dat je van een ADHD’er kan verwachten natuurlijk: heel kort wild lopen van iets en er dan weer gewoon ermee kappen. Mooi mooi mooi, ben ik weer mooi in die ADHD-val gelopen.
MAAR…
Als alternatief voor mijn chemopret heb ik iets veel duurzamer ontdekt… Omega-3. Ik hoor het u al denken “Niet weer hé. Na de Omega-3-margarine, de Omega-3-melk en whatever nu ook de Omega-3-ADHD’er of wat?”
En toch… Het gebeurde eigenlijk allemaal heel toevallig. Ik was mijn medicatie bij mijn ouders thuis vergeten en dus zat ik tegen enkele Rilatine-loze dagen aan te kijken. Niet echt een positief vooruitzicht, want de voorbije weken had ik mijn pilletjes echt wel leren appreciëren. Ik had ze ook wel nodig, vond ik, want ik begon langzamerhand te vermoeden dat Asperger ook wel eens tot de mogelijkheden zou kunnen behoren (mijn broer heeft primair autisme en blijkbaar hebben autisme, ADHD en Asperger de ongezonde neiging om in bepaalde stambomen samen te klitten). Weinig redenen tot vieren dus.
Tot mijn overgrote verbazing bleven de onrust en het bijhorende gepieker etc. uit. Meer nog, ik was rustiger dan ik me ooit kon herinneren. Ik voelde een soort “flow”, een warm gevoel dat misschien niet de manische sensatie was die ik tot voor kort als “geluk” definieerde, maar iets – hoe zal ik het noemen – “dieper”.
Nu moet u weten dat ik al enkele weken Omega-3-capsules slik. Niet de supermarktvariant, met twijfelachtige kwaliteiten, maar het straffere spul met hoge EPA-waarden. Ik moet toegeven dat die Omega-3 niet echt mijn idee was, maar iets van mijn zus – zij is meer op de hoogte van die dingen. Echt enthousiast was ik niet, maar onder het motto “Baat het niet dan schaadt het niet” zijn al veel dommere dingen gedaan. En – wat er ook van mocht komen – ik zou er alvast een gladder velletje van krijgen. Dus ikke aan de Omega-3.
Wie mij een beetje beter kent, weet dat ik een sceptische mens ben. Meer nog: als te veel mensen me iets aanraden, word ik pas echt achterdochtig. “Iets dat echt goed is, heeft niet zo veel reclame nodig,” denk ik dan. Die hele Omega-3-hype liet me dan ook siberisch koud. Nu kan ik echter wel één en één samentellen. Ik voelde me duidelijk stukken beter hoewel ik met mijn medicatie was gestopt en mijn persoonlijke situatie echt niet verbeterd is. Wat opzoekwerk op het net (op sites die NIET gesponsord werden door de producenten van Omega-3-supplementen) en in de bib leverde me verbluffende resultaten op. Ik las hoe Omega-3-supplementen agressie bij kinderen kunnen verminderen, je geheugen kunnen verbeteren, de symptomen van Asperger en ADHD kunnen verlichten, depressies kunnen tegengaan etc. Allez, het spul kan blijkbaar alles behalve de oorlog in Irak oplossen, zo lijkt het wel.
Als je even nadenkt, is het wel logisch. Vetzuren zoals Omega-3 vormen een belangrijk onderdeel van onze hersenen. Meer nog, ze zijn essentieel in het opbouwen van de celmembranen in de hersenen. Omega-3 levert een stuk flexibeler bouwmateriaal dan het concurrerende Omega-6 dat in veel meer (industrieel geproduceerde) voedingsmiddelen zit. Omega-3 zit vooral in vette vis (en dan nog zijn er belangrijke onderlinge verschillen), koolzaadolie, vlasolie en in vlees van dieren die gras hebben gegeten (en die worden – raar maar waar – steeds zeldzamer). Dit zijn allemaal voedingsmiddelen die extreem zeldzaam zijn in ons huidige dieet (in tegenstelling tot landen als Japan).
Het zou misschien te vergezocht zijn om een link te leggen tussen onze veranderende eetgewoontes , waarbij Omega-6 steeds prominenter aanwezig is en dit ten koste van Omega-3, en de opkomst van “moderne” beschavingsziektes als depressies, ADHD, autisme etc. Toch zijn er steeds meer wetenschappers die net dat verband durven leggen en hier ook onderzoek naar voeren.
Ik wil hier niet het zoveelste pleidooi houden voor ongecontroleerd Omega-3-gebruik (hoewel de drang er wel is hoor), zeker niet als je je sowieso goed in je vel voelt, dan zou een “gewone” gezonde voeding met voldoende variatie moeten volstaan. Voor bepaalde kwetsbaardere groepen – denk maar aan mensen met ADHD etc. – kan een supplement wel nodig zijn en misschien zelfs een deel van de medicatie vervangen. Eén kanttekening: Omega-3 vraagt tijd, het is geen wondermiddel dat onmiddellijk werkt, je moet het enkele weken na elkaar nemen voor het effect duidelijk wordt, maar als het eenmaal werkt is het wel duurzamer.
Wat me ook opviel tijdens mijn opzoekwerk: Omega-3 (en dan vooral de soort waarbij de EPA/DHA-verhouding hoger dan 3/2 is) is al vaak onderzocht en de meeste onderzoeken hebben echt wel positieve tot superresultaten opgeleverd en toch is er al bij al weinig aandacht voor het product, hoewel het een goedkoop en natuurlijk alternatief voor vele dure medicijnen zou kunnen vormen. En net daar wringt het schoentje natuurlijk. Omega-3 is een natuurproduct en is dus niet patenteerbaar. Farmaceutische bedrijven hebben er dus weinig bij te winnen als ze Omega-3 onderzoeken of promoten aangezien ze daarmee ook de concurrentie helpen natuurlijk. Omega-3 moet het dus vooral hebben van mond-op-mond-reclame. Of van fabrikanten die totaal inefficiënte Omega-3-doseringen aan hun producten toevoegen als verkoopsargument.
Oh, the humanity.
P.S. Voor meer info verwijs ik je graag naar het WereldWijde Web. De zoekopdracht “omega-3” en “ADHD” levert genoeg leesvoer op om ettelijke winteravonden mee door te komen. Doen!